Posté par: so
dans Dans la presse le Nov 18, 2009
Taggé dans: Untagged
Het was al het zesde of zevende jaar op rij dat parlementslid Walter Vandenbossche (CD&V) (ondertussen gepromoveerd tot eerste ondervoorzitter van het Brussels parlement) minister-president Charles Picqué (PS) ondervroeg over het taalrapport van de vice-gouverneur. Picqué (PS) toonde echter weinig enthousiasme voor een parlementair taaldebat, hij noemde het zelfs nutteloos. [1 reactie]
De vragen van Vandenbossche kregen boudweg het etiket ‘traditie’ opgekleefd. Ook Sophie Brouhon (SP.A) kreeg amper antwoord op haar vragen.
Het is duidelijk dat Franstaligen en Nederlandstaligen naast elkaar praten als ze het over het jaarlijks taalrapport van de vice-gouverneur hebben. Dat heeft de commissie Binnenlandse Aangelegenheden vorige week donderdag (zo nodig) nog maar eens aangetoond.
Vandenbossche heeft aan de vice-gouverneur gevraagd om in achttien Brusselse gemeenten en OCMW’s na te gaan of ze net zoals de gemeente Anderlecht “misbruik” maken van “vervangers” (waarnemende functiehouders heten ze in het jargon) om de taalwet te omzeilen. Een woordje uitleg: in de gemeente Anderlecht werken er dertien Franstalige en vijftien Nederlandstalige ambtenaren op het hoogste niveau. De wet zegt dat het er evenveel Franstalige als Nederlandstalige moeten zijn, en dus klagen de Franstaligen. Maar wat blijkt volgens Vandenbossche? Van de dertien Franstaligen zijn er acht waarnemend, en de helft heeft geen taalbrevet. Meer nog, ze beantwoorden ook niet aan de algemene eisen en blijven in functie tot aan hun pensioen of de duur van de bestuursperiode. Met andere woorden: van de 36 ambtenaren zijn er vijftien Nederlandstalig, 21 Franstalig. Van de acht dienstdoende Franstaligen heeft de helft geen taalbrevet. Ze zouden ook niet aan de algemene voorwaarden voldoen, het zijn dus politieke benoemingen.
Vandenbossche vermoedt dat de gemeente Anderlecht geen uitzondering is en vraagt ook Picqué als voogdij-overheid om in te grijpen. Picqué belooft de zaak te onderzoeken.
Taalexamens
De Raad van State heeft gezegd dat er geen wettelijke basis is voor taalexamens met een toenemende moeilijkheidsgraad. Elementaire kennis volstaat. Dat is voor Picqué voldoende reden om amper op vragen te antwoorden. Nochtans bracht ook Sophie Brouhon cijfers te berde die moeilijk misbegrepen kunnen worden: “Van de 1.080 contractuele aanwervingen in 2008 waren er bijna 90 procent van de Franse taalrol. Van dit duizendtal aanwervingen heeft slechts 14 procent een goedgekeurd taalbrevet.”
Picqué meent dat de gemeenten moeilijk tweetalig personeel kunnen vinden, maar ook daar is Vandenbossche het niet mee eens. In een stad met zoveel werkzoekenden zou tweetaligheid net een troef moeten zijn, meent hij.
Vandenbossche deelt ook Picqué’s optimisme over het dalend aantal taalklachten van burgers niet. Vandenbossche: “Als het aantal taalklachten daalt, komt dat niet omdat er geen problemen meer zijn, maar omdat mensen zo ontmoedigd geraken dat ze geen klachten meer indienen. U neemt uw verantwoordelijkheid niet. Mensen zijn eerder geneigd om de stad te verlaten in plaats van er nog langer in te investeren.”
Het was al het zesde of zevende jaar op rij dat parlementslid Walter Vandenbossche (CD&V) (ondertussen gepromoveerd tot eerste ondervoorzitter van het Brussels parlement) minister-president Charles Picqué (PS) ondervroeg over het taalrapport van de vice-gouverneur. Picqué (PS) toonde echter weinig enthousiasme voor een parlementair taaldebat, hij noemde het zelfs nutteloos.
De vragen van Vandenbossche kregen boudweg het etiket ‘traditie’ opgekleefd. Ook Sophie Brouhon (SP.A) kreeg amper antwoord op haar vragen.